Wat voor invloed heeft inflatie op de beurs?

Wanneer je nu naar het economisch nieuws kijkt, springt er één onderwerp uit: “De inflatie loopt op”. In het begin werd er nog gezegd dat het alleen tijdelijk zou zijn, dus het was ook maar een tijdelijk probleem. Nu komen er steeds meer geluiden dat de inflatie voor een langere tijd gaat aanhouden. Hoe langer de inflatie duurt, hoe meer een belegger hier rekening mee moet houden. Niemand wil natuurlijk dat zijn vermogen minder waard wordt. Hoe moet een belegger omgaan met hoge inflatie?

Waar komt deze inflatie vandaan

Om maar even bij het begin te beginnen, waar komt deze inflatie vandaan? Tijdens de coronacrises stond de economie tijdelijk stil en miljoenen mensen zaten werkeloos thuis. De Amerikaanse overheid heeft toen het salaris van miljoenen mensen betaald. Dit komt neer op $4.000 miljard. Europa heeft op dezelfde manier de economie gestimuleerd, zodat iedereen financiële hulp kreeg die dat nodig had. Dit heeft de overheid gedaan om ervoor te zorgen dat er geen crash zou komen in de economie.

Deze stimuleringsregelingen hebben zeer goed geholpen. Wanneer je alleen maar naar de S&P500 kijkt, dan staat die 40% hoger dan aan het begin van de coronacrisis. Veel stimuleringsgeld is uiteindelijk naar de aandelenbeurs gegaan. Dit is ook wel logisch, want het geld op de bank zetten levert niks toch op. Bij gebrek aan alternatieven investeringsmogelijkheden, zijn aandelen de enige logische optie.

Nu de economie ook weer volop draait, is de economie met een inhaalslag bezig. Er is dus heel veel vraag en heel veel extra geld beschikbaar in de economie. Echter blijft het aanbod nog achter, omdat de economie tijdelijk stil stond. De aanvoerketens liggen nog ver achter op schema. Hierdoor krijg je het klassieke vraag en aanbod principe. Wanneer er meer vraag is dan aanbod, dan stijgt de prijs en wordt het geld minder waard. Dit is de inflatie waar ze in het nieuws over praten.

Dit is het beste te zien in de energiesector. In maart 2020 stond de economie stil en een vat Brent-olie werd zelfs voor een negatieve prijs verkocht voor de eerste keer in de geschiedenis. Nu staat een vat Brent-olie weer hoger dan voor de coronacrisis. Iedereen die moet tanken, merkt dit meteen aan de pomp.   

Waarin te beleggen?

Het is te kort door de bocht om alle aandelen over één kam te scheren. Bij elk soort sentiment in de economie zijn er winnaars en verliezers. Zo ook op de beurs. Daarom is het belangrijk om te kijken wie vroeger de winnaars en verliezers waren en ook waarom. Om het overzichtelijk te houden, worden er 4 categorieën uitgelicht.

1.    Groeiaandelen

Groeiaandelen zijn vaak de grote verliezers op de beurs tijdens een hoge inflatie. Bij een hoge inflatie wordt het geld in de toekomst minder waard. Hoe hoger de inflatie, hoe minder het toekomstig geld waard wordt. Hier ligt het probleem bij groeiaandelen, want de winst ligt hierbij verder in de toekomst.

Stel dat de prognose van een groeibedrijf hetzelfde blijft voor de aankomende 5 jaar, maar de inflatie loopt op tot 6% per jaar. Dan wordt de toekomstige winst 6% per jaar minder waard. Indien een belegger dit gaat terugrekenen, dan wordt het bedrijf automatisch minder waard. Het gevolg is dat de koers zakt.

2.    Waarde aandelen

Waarde aandelen zijn het tegenovergestelde van groeiaandelen. Deze bedrijven kunnen niet meer groeien, omdat ze al zijn uitgegroeid. Een goed voorbeeld hiervan zijn: Coca-Cola, Berkshire Hathaway, Unilever, Aegon, ING, NN group. Deze bedrijven hoeven geen winst meer te besteden aan verdere groei, maar kunnen dit geld gebruiken om dividend uit te keren.

Veel waarde bedrijven betalen 2x tot 4x per jaar dividend, dus een belegger ontvangt hierbij veel sneller zijn geld dan bij een groeiaandeel. Wanneer er een hoge inflatie is, is het geld nu meer waard dan in de toekomst. Hierdoor stappen veel beleggers over van groeiaandelen naar waarde aandelen.

3.    Big Tech

Big Tech is een redelijk nieuw fenomeen in de markt. In de jaren 80 en 90 bestonden deze bedrijven nog niet, of ze waren nog niet groot. Er zijn vanuit historisch oogpunt nog maar weinig voorbeelden te vinden om de impact van inflatie hierop te voorspellen. Er zijn 2 grote krachten die hierop werken, maar het is nog onduidelijk welke kracht het zwaarste weegt en waar het kantelpunt ligt.

Enerzijds kunnen deze bedrijven onder groeibedrijven worden geschaard en dit is juist de verliezende partij. Anderzijds staat big tech erom bekend dat zij maar weinig extra kapitaal nodig hebben om op te schalen. Als je bijvoorbeeld naar YouTube kijkt, dan is het hele platform al gemaakt. Alle grote kosten voor het bouwen van het platform zijn al verrekend.

Wanneer het platform 1 miljoen extra dagelijkse gebruikers krijgt, stijgen de extra kosten amper. Deze extra kosten zijn maar een fractie van de kosten die YouTube nodig had bij de eerste miljoen dagelijkse gebruikers. De extra omzet die hierbij gepaard gaat, stijgt juist wel even snel als bij de eerste miljoen dagelijkse gebruikers.

De goedkope schaalbaarheid bij big tech speelt dus een grote rol. Wanneer er weinig geld nodig is om op de schalen, wordt het nadeel van inflatie juist omzeild. Hierdoor kunnen de big tech bedrijven juist de enige groeiaandelen zijn die kunnen profiteren van een hoge inflatie.

4.    Energie sector

De inflatie wordt meestal gemeten aan de hand van een mandje met verschillende producten. Hierin zitten onder andere: boodschappen, huur, hypotheek, energie, auto enz. Als je elk jaar hetzelfde mandje met producten opnieuw koopt, kan er berekend worden wat het verschil is. Wanneer het hele mandje 5% duurder is dan voorheen, dan is de inflatie 5%.

Wanneer je naar elk product in het mandje kijkt, dan zie je dat sommige producten harder in prijs zijn gestegen dan andere producten. In het huidige geval zijn de energieprijzen veel harder gestegen dan alle andere prijzen. “Dit is trouwens vaak het geval bij een hoge inflatie.“

De energiesector is de grote winnaar tijdens oplopende inflatie. De vraag is veel groter dan het aanbod, dus de prijzen gaan hier omhoog. Rusland heeft dit zeer goed door. De prijzen gaan dus niet omhoog omdat de productiekosten zijn gestegen. Dit resulteert erin dat de energiemaatschappijen een grotere winst kunnen maken op hetzelfde product.

Daarnaast zijn de aandelen in de energiesector ook waarde aandelen. De winsten worden een paar keer per jaar uitgekeerd aan de aandeelhouders en de winst zijn hoog. Dubbel goed nieuws voor de mensen die in de energiesector hebben belegd. 

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.